Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!

Werk methode / Working methode

De eerste serieuze werken zijn vooral een verbeelding van visuele herinneringen. Ik had al wel een paar dingen geprobeerd, maar ik vond de juiste vorm in de serie gouaches Tuinstad Slotermeer uit 1980. De sfeer en kleur en de situaties zijn volledig gebaseerd op ervaringen van vóór 1960, mijn kinderjaren.

Vanaf die serie werken is de herinnering een belangrijke bron en een manier om te toetsen of wat ik maak ook klopt met wat ik me kan herinneren. Na veel experimenteren met schilder- en tekentechnieken heb ik mezelf geleerd wat de beste manier van werken is. Er zijn ook een aantal goede series uit ontstaan.

Schilderen werdt uiteindelijk het belangrijkste. Naarmate mijn werk complexer werd, kostte het ook steeds meer tijd om een werk te maken: schetsen, studietekeningen, ondertekening en uitvoeren in verf met soms lastige technische kwesties. Het gevolg was een stuwmeer aan gedachten en ideeën, maar geen tijd om ze uit te voeren. Daar moest een oplossing voor komen.

Eerst heb ik gezocht naar de beeldencyclopedieën waarmee illustratoren vroeger werkten, boeken met foto’s van mensen in allerlei poses en vanuit verschillende hoeken. Jammer genoeg bleken die encyclopedieë nergens meer te vinden.

Het leek voor de hand te liggen om dan maar zelf te fotograferen. Maar ik houd er niet van. Dergelijke foto’s blijven fotografie, óók als de foto’s alleen worden gebruikt als materiaal om een schilderij te maken. Licht, toon, enzovoort, het blijft een foto. De oplossing om dat te ondervangen bleek 3D-software.

In 1997 iemand wees mij op dat alternatief. Er was software ontwikkeld waarmee digitale poppen met een paar muisklikken te veranderen zijn op de manier die ik wil en in elke pose die ik wil. Het bood de vrijheid om een complexe scène snel en precies op te zetten en te corrigeren, als ik van gedachten veranderde. De figuren waren in het begin niet echt goed, houterig en hoekig, maar ik kon dat door mijn ervaring in modeltekenen goed compenseren. Het bleek een uitstekende combinatie. De serie schilderijen uit 1998 tot 2006 en ook De Tuinman uit 2012 zijn met 3D-software ontworpen en daarna verder klassiek uitgewerkt.

De software en hardware en de kwaliteit van de prints verbeterden zo snel, dat schilderen als techniek om louter iets zichtbaar te maken hopeloos overbodig leek. Bovendien had ik een hardnekkig schilderseczeem aan mijn handen gekregen. Dat maakte dat ik in 2006 mijn voorlopig laatste schilderij had gemaakt. Ik heb me daarna volledig geconcentreerd op het zichtbaar maken van de beelden in mijn hoofd. Dat was een uitstekende beslissing. De series die daaruit zijn voortgekomen lijken mij nog steeds overtuigend.

Inmiddels kom ik langzaamaan terug op m’n besluit om niet meer te schilderen. Hoe dat er moet gaan uitzien, is me nog niet helemaal duidelijk. Het schilderij De Tuinman was een eerste poging, met niet erg bevredigend resultaat. Toch denk ik dat verf, doek, penseelvoering, toon, kleur, kortom schilderen het digitaal ontworpen beeld veel interessanter maakt.

Leiden 23 december 2014

My first serious works are essentially representations of visual memories. I had already tried out a few things, but I found the right way forward in the series of gouaches, ‘Garden City Slotermeer’ from 1980. The atmosphere, colour palette and subject matter are based entirely on experiences that happened before 1960, my childhood years.

Memory is a very important source for this particular series of works, as well as a good way to see if the resultant images also tallied with what I could remember. After much experimenting with painting and drawing techniques I developed a clear modus operandi, one which has stood me in good stead for a number of series.

Painting was ultimately the most important. As my work became more complex, the longer it took to reach the end result; sketches, study drawings, and the final execution in paint often led to difficult technical issues. The result was an increasingly large reservoir of thoughts and ideas, with no time reserved to implement or develop them. There had to be a solution.

As a first step to rectify this, I searched for the encyclopedias that former illustrators worked with – books with photographs of people; in all sorts of poses, and from different angles. Sadly those old encyclopedias were nowhere to be found.

It seemed as if I would have to photograph my subject matter myself. But this is not something I’m especially drawn to. The sort of photos I would have made would remain ‘photography’; even if the photos were used as preliminary material to make a painting. In terms of light, tone, etc., these photographs would still remain “separate” pictures. To overcome this dilemma, I turned to 3D software.

It was in 1997 when someone pointed me towards the 3D alternative. Software had been developed that could alter digital maquettes. With a software program, I could alter the maquette’s shape with a few clicks; in any pose that I wanted. It offered the freedom to set up a complex scene quickly and precisely; and correct it if I changed my mind. The figures were not so malleable initially, being somewhat stiff and angular, but I overcame this by using my extensive life drawing experience. It proved a winning combination. The paintings I made between 1998 to 2006, and ‘The Gardener’ from 2012, have been designed with 3D software and then refined using classical techniques.

Because both software and hardware (and the resultant quality of the prints) have improved so quickly over time, painting as a technique to visualize something began to seem increasingly obsolete. Moreover, I couldn’t get rid of a persistent eczema on my hands. That meant that I laid down my paint brushes for what felt like the last time in 2006. Since then, I concentrated on the digital visualization of the images in my head. That was an excellent decision; as the series that came out of that visualization process still convince.

During this time, though, I started to question my decision not to paint. I wasn’t sure how matters would work out, and the painting ‘The Gardener’ (my first attempt ‘back in the saddle’) didn’t give wholly satisfactory results. Regardless; I still think paint, cloth, brush technique, tone, colour – in short, painting – make digitally designed images much more interesting.


Leiden, December 23, 2014

×